Deel dit artikel met je vrienden op :

Hobbydoos.nl

Gratis patroon - Breipatroon Vest

Breipatroon damesvest met kabels kantpatroon en raglan.

INFORMATIE VOOR HET PATROON:

RIBBEL/RIBBELSTEEK (wordt in de rondte gebreid):
1 ribbel = 2 naalden. Brei 1 naald recht en 1 naald averecht.

RIBBEL/RIBBELSTEEK (heen en weer gebreid):
1 ribbel = 2 naalden recht.

PATROON:
Zie telpatronen A.1 tot A.13. De telpatronen laten alle naalden in het patroon aan de goede kant zien. Zie telpatroon voor uw maat in A.1, A.7, A.8 en A.12.

TIP VOOR HET MINDEREN:
Minder onder de mouw als volgt: Begin 3 steken voor de markeerdraad, 2 recht samen, 2 recht (de markeerdraad zit in het midden van deze steken), 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek (= 2 steken geminderd).

TIP VOOR HET MEERDEREN (voor de meerderingen in de zijkanten van het lijf):
Begin 1 steek voor de markeerdraad, 1 omslag, 2 recht de (markeerdraad zit in het midden van deze 2 steken), 1 omslag (= 2 steken gemeerderd). Brei op de volgende naald de omslagen gedraaid om gaatjes te voorkomen.

KNOOPSGATEN:
Minder voor het eerste knoopsgat na de 2 ribbels in de hals, minder dan de volgende 6-6-6-6-7-7 ongeveer 8 cm uit elkaar.
Minder voor knoopsgaten op de rechter voorbies als volgt: Brei tot er 3 steken over zijn op de naald (gezien aan de goede kant), maak 1 omslag, 2 recht samen en 1 recht. Brei op de volgende naald de omslag recht, zodat er gaatjes ontstaan.

VEST:
Brei heen en weer op de rondbreinaald vanaf midden voor, brei van boven naar beneden.

PAS:
Zet 97-97-105-105-113-113 steken op de rondbreinaald 4 mm met Puna. Brei 2 ribbels in RIBBELSTEEK - zie uitleg hierboven. Meerder op de laatste naald in ribbel 20-20-24-24-28-28 steken verdeeld = 117-117-129-129-141-141 steken. DENK OM DE STEKENVERHOUDING! Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: 5 steken in ribbelsteek (= voorbies), A.1 (= 3-3-6-6-9-9 steken), A.2 (= 18 steken), 1 omslag, 12 steken in tricotsteek (= mouw), 1 omslag, A.3 (= 18 steken), A.4 (= 2 steken), A.5 0-0-1-1-2-2 keer (= 0-0-6-6-12-12 steken), A.6 (= 3 steken), A.2, 1 omslag, 12 steken in tricotsteek (= mouw), 1 omslag, A.3, A.7 (= 3-3-6-6-9-9 steken), 5 steken in ribbelsteek (= voorbies). Minder voor de KNOOPSGATEN - zie uitleg hierboven.

Ga verder met dit patroon en in de hoogte, meerder zoals te zien is in A.1, A.4, A.6 en A.7. Meerder op de mouwen aan elke kant van de 12 steken in tricotsteek, meerder om de naald met 1 omslag zoals uitgelegd hierboven. Brei op de volgende naald de omslag averecht, zodat er een gaatje ontstaat. Brei de gemeerderde steken in tricotsteek. Als A.1 tot A.7 een keer in de hoogte is gebreid, zijn er 181-181-193-193-205-205 steken op de naald. Brei de volgende naald als volgt aan de goede kant: 5 steken in ribbelsteek, A.8 A (= 3-3-7-7-7-7 steken) A.8 B (= 6 steken), A.8 C (= 2-2-1-1-4-4 steken), A.2 zoals hiervoor, 28 steken in ribbelsteek (= mouw), A.3 zoals hiervoor, A.9 (= 10 steken), A.10 0-0-1-1-2-2 keer (= 0-0-6-6-12-12 steken), A.11 (11 = steken), A.2 zoals hiervoor, 28 steken in tricotsteek (= mouw), A.3 zoals hiervoor, A.12 A (= 2-2-1-1-4-4 steken), A.12 B (= 6 steken), A.12 C (= 3-3-7-7-7-7 steken), 5 steken in ribbelsteek. Ga verder met dit patroon in de hoogte, en ga verder met de meerderingen op de mouwen. Iedere keer dat A.8/A.12 1 keer in de hoogte is gebreid, breit u nog 2 herhalingen van A.8/A.12 B tussen A.8/A.12 A en A.8/A.12 C. Iedere keer dat A.9, A.10 en A.11 een keer in de hoogte is gebreid, breit u nog 4 herhalingen van A.10 tussen A.9 en A.11. Ga verder in patroon tot er in totaal 25-29-30-35-37-43 meerderingen zijn gemaakt = 317-349-369-409-437-485 steken.

Brei de volgende naald als volgt op de verkeerde kant: Brei de eerste 51-55-59-64-69-75 steken (= rechter voorpand), zet de volgende 62-70-72-82-86-98 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-12 nieuwe steken op onder de mouw, brei de volgende 91-99-107-117-127-139 steken (= achterpand), zet de volgende 62-70-72-82-86-98 steken op een hulpdraad voor de mouw, zet 8-8-10-10-12-12 nieuwe steken op, brei de laatste 51-55-59-64-69-75 steken op de naald (= linker voorpand). Het werk meet ongeveer 19-21-22-26-28-31 cm vanaf de opzetrand. MEET HET WERK NU VANAF HIER!

LIJF:
= 209-225-245-265-289-313 steken. Voeg 1 markeerdraad in aan elke kant, in het midden van de nieuwe steken. Ga verder in ribbelsteek, A.2 en A.3. Over de steken in A.8, A.9, A.10, A.11 en A.12 (= 55-63-71-81-91-103 steken op het achterpand en 28-32-36-41-46-52 steken op elk voorpand) breit u in patroon volgens A.13. Begin op de naald in A.13 zodat het patroon past op de laatste naald in A.8 tot A.12 - brei de steken die niet in het patroon passen aan de zijkanten in tricotsteek. DENK OM DE KNOOPSGATEN! Meerder bij een hoogte van 4 cm, 1 steek aan elke kant van de markeerdraden (= 4 steken gemeerderd). Meerder iedere 6 cm 5 keer in totaal = 229-245-265-285-309-333 steken. Minder bij een hoogte van 36-35-37-35-36-34 cm, 3 steken over elke kabel in A.2 en A.3 = 217-233-253-273-297-321 steken. Brei 2 ribbels over alle steken, kant dan af. Het vest meet ongeveer 60-62-64-66-68-70 cm vanaf de schouder.

MOUW:
Wordt in de rondte gebreid op een korte rondbreinaald, ga verder met breinaald zonder knop indien nodig.
Zet de steken van de mouw op een korte rondbreinaald 4 mm, neem 1 steek op in elk van de 8-8-10-10-12-12 opgezette steken onder de mouw = 70-78-82-92-98-110 steken. Voeg 1 markeerdraad in, in het midden van de nieuwe steken onder de mouw – MEET NU HET WERK VANAF HIER. Brei in tricotsteek in de rondte. Minder bij een hoogte van 3 cm, 1 steek aan elke kant van de markeerdraad - LEES TIP VOOR HET MINDEREN. Minder iedere 2½-2-2-1½-1½-1 cm 14-17-18-22-24-29 keer in totaal. Als alle minderingen gemaakt zijn, zijn er 42-44-46-48-50-52 steken over op de naald. Bij een hoogte van 44-43-42-39-38-35 cm (minder voor de grotere maten vanwege een langere pas), brei 2 ribbels in RIBBELSTEEK - zie uitleg hierboven. Kant dan losjes af met recht. Brei de andere mouw op dezelfde wijze.

AFWERKING:
Naai de knopen op de linker voorbies.

TelPatroon

=recht aan de goede kant, averecht aan de verkeerde kant
= averecht aan de goede kant, recht aan de verkeerde kant
= maak 1 omslag tussen 2 steken
= 2 recht samen
= brei 2 steken gedraaid recht samen
= 1 steek recht afhalen, 1 recht, haal de afgehaalde steek over de gebreide steek
= haal 1 steek recht af, brei 2 steken recht samen, haal de afgehaalde steek over de samengebreide steken
= zet 3 steken op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald
= zet 3 steken op een kabelnaald en houd deze achter het werk, 3 recht, 3 recht van de kabelnaald

patroon
patroon
patroon
patroon
patroon
Deel dit artikel met je vrienden op :